Gastvrij voor naasten: ja, tenzij
Mag een partner mee-eten? Mag een zoon een paar nachten blijven slapen? Met zes principes en een werkvorm hoeft niet elke dienst daar zelf over te beslissen.
Beleid over samenwerken met naasten gaat vaak over de zorgkant: wie welke handeling mag doen en wie aansprakelijk is. Het gewone leven in de huiskamer blijft daarbij vaak buiten beeld. Mag een partner mee-eten? Mag een zoon een paar nachten blijven slapen? Wie betaalt dat? Zonder houvast beslist elk team, en soms elke dienst, zelf. Dan wordt het al snel: zo doen we dat hier niet.
Deze aanpak geeft dat houvast met zes principes. Elk principe heeft een toetsvraag voor het moment zelf, als een naaste iets vraagt en de medewerker moet beslissen.
Zes principes
- Het is het huis van de bewoner. Wie thuis welkom zou zijn aan tafel of op de logeerbank, is dat hier ook. De bewoner bepaalt wie er bij hem hoort. Toetsvraag: wat zou deze bewoner thuis gedaan hebben?
- Ja, tenzij. Een verzoek van een naaste is welkom, tenzij er een concrete reden is om het niet te doen, zoals de rust of veiligheid van medebewoners of de wens van de bewoner zelf. Toetsvraag: welke reden heb ik, en kan ik die uitleggen?
- Afwijken mag, met uitleg. Een medewerker mag anders beslissen, maar zegt waarom en zet de afspraak in het zorgplan. Dan verschilt het niet per dienst. Toetsvraag: weet mijn collega morgen wat ik vandaag besloot?
- Wie bijdraagt, hoort erbij. Een naaste die helpt bij de maaltijd of in de huiskamer, is op dat moment deel van het huis en eet mee. Toetsvraag: helpt deze naaste mee bij de maaltijd of in de huiskamer?
- De organisatie regelt de achterkant. Tarief, bestellen, factureren en een logeerbed regelt de organisatie één keer, voor alle locaties. Het team voert alleen het gesprek. Toetsvraag: moet ik hier iets regelen, of alleen het gesprek voeren?
- Twijfel is een gesprek. Past een situatie nergens in, bespreek hem dan in het multidisciplinair overleg (MDO) of, bij een echt dilemma, in een moreel beraad. Er komt geen nieuwe regel bij. Toetsvraag: met wie bespreek ik dit voordat ik nee zeg?
Drie herkenbare situaties
Een vrouw helpt haar man elke dag bij het eten, maar mag zelf niet mee-eten
Zij levert een bijdrage en eet dus mee (principe 4). Wie bang is dat straks iedereen wil aanschuiven, kan onderscheid maken tussen een naaste die helpt bij de maaltijd en bezoek dat af en toe aanschuift. Dat onderscheid regelt de organisatie, zodat de medewerker aan tafel geen nee hoeft te verkopen (principe 2 en 5).
De ene dienst zegt ja, de volgende nee
Eén lijn per locatie, en de afspraak per bewoner in het zorgplan (principe 3). Wat de ene dienst goedvindt, geldt ook voor de volgende, tenzij iemand kan uitleggen waarom niet.
Een naaste wil een paar dagen blijven logeren
Logeren past bij het huis van de bewoner (principe 1). Waar de logé slaapt, bepalen de bewoner en de logé. Het vraagt wel om een regeling: een logeerbed per locatie, een vast tarief voor de maaltijden en één route voor bestellen en betalen (principe 5).
Een regeling om over te praten
Een voorbeeld om het gesprek met de financiële afdeling concreet te maken. De keuzes en bedragen zijn aan de organisatie.
- Een naaste helpt bij de maaltijd. Eet mee, zonder kosten.
- Bezoek schuift af en toe aan. Welkom als het past in de huiskamer, zonder kosten.
- Vaste dagen mee-eten. Tegen een vast en bekend tarief.
- Logeren. Een logeerbed per locatie, maaltijden tegen tarief. In de palliatieve fase zonder kosten.
In de palliatieve fase is het veel vanzelfsprekender dat naasten mee-eten of blijven slapen. De Waalboog raadt aan om die houding vanaf de eerste dag mee te nemen.
Werkvorm: vier stellingen
Gebruik de stellingen in het teamoverleg of op een familieavond. De stelling is voor de groep, de notitie voor wie het gesprek leidt. Zorgcentrum Anker hield familieavonden per team met stellingen over samen zorgen. Daar bleek dat familie wel wilde helpen, maar niet wist wat ze kon doen en het ook niet durfde te vragen.
“Als we één partner laten mee-eten, wil straks iedereen het.”
Notitie. Legt de angst voor een precedent bloot. Vraag door: wat gebeurt er eigenlijk als iedereen het wil? Vaak gaat het om ruimte of geld, en dat kan de organisatie regelen.
“Een medewerker die nee zegt, hoeft dat niet uit te leggen.”
Notitie. Gaat over professionele ruimte tegenover willekeur. Laat het team zelf formuleren wanneer nee een goed antwoord is.
“Een logé zonder logeerbed is beter dan geen logé.”
Notitie. Hier botst gastvrijheid met de zorg voor goede voorzieningen. Er is geen goed antwoord. Het gesprek laat zien wat het team belangrijk vindt.
“Familie die de hele dag in de huiskamer zit, maakt ons werk zwaarder.”
Notitie. Toetst of het team naasten ziet als bezoek of als bijdrage. Vraag naar voorbeelden van allebei.
Zo voer je het in
- Haal op hoe het nu gaat, per locatie en per team. Waar mag mee-eten wel, waar niet, en waarom?
- Bespreek de stellingen in de teams, en waar het kan met naasten erbij.
- Leg de principes vast als korte paragraaf over gastvrijheid, naast de afspraken over zorghandelingen.
- Laat de organisatie de achterkant regelen: tarief, bestellen, factureren en een logeerbed.
- Zet de afspraak per bewoner in het zorgplan, zodat elke dienst hetzelfde ziet.
Wat het niet is
De aanpak is geen nieuw regelboek. Medewerkers moeten kunnen uitleggen wat ze doen en waarom. De organisatie zorgt ervoor dat ze daarvoor niet elke keer zelf iets hoeven te regelen.
Zo doen anderen het
- Laurens stimuleert naasten om de eerste weken na een verhuizing actief betrokken te blijven, bijvoorbeeld door mee te eten of te blijven slapen. Laurens zette de werkwijze Warm welkom in 2025 om in beleid, met het plan hem op alle 26 locaties in te voeren.
- Florence werkt met heldere kaders en ruimte daarbinnen: “Afwijken kan, maar je moet het wel motiveren.” De overwegingen gaan in het zorgdossier, zodat familie en collega’s begrijpen waarom.
- Zorggroep Elde Maasduinen nam vertrouwen als uitgangspunt voor het beleid en hield een moreel beraad met medewerkers, vrijwilligers, naasten, cliëntenraad en ondernemingsraad.
- Onderzoek van het UMCG laat zien dat familie in de beginfase vaak niet weet wat ze mag verwachten. Vijf verpleeghuizen probeerden in het onderzoek elk een interventie uit. Wederzijdse verwachtingen expliciet bespreken was er een van.
Meer over wat werkt bij samen zorgen staat in Doen en laten bij samen zorgen.
Aan de slag
Wil je de principes vertalen naar jullie eigen beleid, of de stellingen gebruiken op een familieavond? Neem contact op.