Mag de partner mee-eten?
Een vrouw helpt haar man bij het eten. Mag ze zelf aanschuiven? Dat zou niet moeten afhangen van wie er dienst heeft.
Stel: een vrouw helpt haar man elke dag bij het eten. Mag ze zelf mee-eten? Dat hangt af van wie er dienst heeft.
Wie in de ouderenzorg werkt, herkent dit. Het gaat dan om het gewone leven, zoals mee-eten of blijven slapen. Daarover zegt beleid vaak weinig.
Waar het schuurt
Beleid over samenwerken met naasten regelt vaak de zorgkant: wie welke handeling mag doen en wie aansprakelijk is. Dat is nodig. Op een gewone dinsdag komen ook andere vragen op tafel. Mag een partner mee-eten? En wie betaalt de maaltijden als een zoon een paar nachten blijft?
Wie daar geen houvast voor heeft, beslist zelf. Dan hangt het antwoord af van wie er dienst heeft, en wordt het al snel: zo doen we dat hier niet.
Dat nee komt vaak voort uit een zorg. Als we één partner laten mee-eten, wil straks iedereen het. Of: wie gaat dat betalen? Dat zijn terechte vragen, en de organisatie kan ze één keer beantwoorden. Dan hoeft de medewerker aan tafel dat niet elke dag opnieuw te doen.
Het huis van de bewoner
Noem je het verpleeghuis het huis van de bewoner, neem dat dan letterlijk. Dan is het antwoord op veel vragen snel duidelijk. Bij Azora is het woonzorgcentrum “nadrukkelijk het huis van de bewoners én hun familie”. Wie thuis welkom zou zijn aan tafel of op de logeerbank, is dat hier ook. Een verzoek van een naaste is welkom, tenzij er een concrete reden is om het niet te doen. En wie meehelpt bij de maaltijd, eet mee.
Andere organisaties laten zien dat het kan. Laurens stimuleert naasten om de eerste weken na een verhuizing actief betrokken te blijven, bijvoorbeeld door mee te eten of te blijven slapen. De Waalboog wijst op de palliatieve fase. Daar is het veel vanzelfsprekender dat naasten mee-eten of blijven slapen, en De Waalboog raadt aan die houding vanaf de eerste dag mee te nemen. Waarom zou een naaste pas mogen blijven slapen als het einde nadert?
Afwijken mag, met uitleg
Gastvrijheid betekent niet dat alles altijd kan. Een huiskamer vol helpende familie kan te veel prikkels geven voor de bewoners, waarschuwt Zorggroep Elde Maasduinen. Bij Florence geldt een regel die hier ook past: “Afwijken kan, maar je moet het wel motiveren.” De overwegingen gaan in het zorgdossier, zodat familie en collega’s begrijpen waarom. Dan is een nee uit te leggen, en weet de collega van morgen wat het team vandaag heeft afgesproken.
Praten over wat je gelooft
Achter het argument dat straks iedereen het wil, zit vaak een overtuiging over wie er bij het huis hoort. Daarover moet je praten, met het team en waar het kan met naasten erbij. Zorgcentrum Anker hield per team familieavonden waar medewerkers, mantelzorgers en vrijwilligers aan de hand van stellingen over hun samenwerking praatten. Daar bleek dat familie wel wilde helpen, maar niet wist wat ze kon doen en het ook niet durfde te vragen.
De zes principes, met een voorbeeldregeling en vier stellingen voor het teamoverleg, staan in Gastvrij voor naasten: ja, tenzij.
Loop je zelf ergens tegenaan in je team of organisatie? Stel je vraag. Een van ons leest hem en je krijgt binnen een week antwoord. Hebben anderen er ook iets aan, dan zetten we vraag en antwoord op de site, zonder namen en alleen als jij dat goed vindt. Vraagt het meer dan een antwoord, dan bellen we even.