Veel teams volgen een training over samenwerken met naasten en merken daarna weinig verschil op de afdeling. Dat is geen onwil. Een training werkt op het niveau van vaardigheden, terwijl de rem meestal hoger zit, in wat mensen geloven over hun vak en hun rol.
Zes niveaus
Robert Dilts beschrijft verandering langs zes niveaus. De hogere niveaus sturen de lagere. Verandert een overtuiging, dan verandert het gedrag mee. Andersom lukt dat veel minder goed.
- Omgeving. Waar en wanneer doe je iets?
- Gedrag. Wat doe je?
- Vaardigheden. Hoe doe je het?
- Overtuigingen. Wat geloof je, en waarom doe je het?
- Identiteit. Wie ben je als professional?
- Zingeving. Waartoe doe je het?
Overtuigingen die de samenwerking afremmen
In teams horen we vaak zinnen zoals deze. Ze staan nergens in het beleid, maar ze bepalen wel wat er op een gewone dag gebeurt.
- “Ik ben eindverantwoordelijk, dus ik doe het zelf.”
- “Als het misgaat, sta ik er alleen voor.”
- “De mantelzorger heeft het al zwaar genoeg, ik vraag niet nog meer.”
- “Vrijwilligers kunnen niet wat wij kunnen.”
- “Als naasten meer doen, heb ik straks geen werk meer.”
Waar je naartoe wilt
- “De naaste kent mijn cliënt vaak beter dan ik.”
- “Samenwerken met naasten is gewoon, niet bijzonder.”
- “Mijn vak zit ook in begeleiden, niet alleen in overnemen.”
Een verschuiving die veel losmaakt, gaat over de bewijslast. Nu moet een naaste vaak eerst laten zien dat hij iets kan, voordat het mag. Draai het om. De professional begint bij ja en maakt het mogelijk. Kan iets ondanks uitleg en hulpmiddelen echt niet veilig, dan neemt hij of zij het over en legt uit waarom.
Zo werk je ermee
- Breng in beeld waar je team staat, per niveau. Daarvoor is de samen meter.
- Maak de overtuigingen bespreekbaar in het gewone teamoverleg, bijvoorbeeld met de Babbelbox.
- Kies samen één afspraak die je in de praktijk uitprobeert.
- Kijk na een paar maanden opnieuw en vergelijk.
Verder lezen
- Toolbox samenwerken met informele zorg (Waardigheid en trots)