Het Volledig Pakket Thuis (VPT) is een van de snelst groeiende zorgvormen in Nederland. En dat is terecht, want het biedt de belofte van verpleeghuiszorg in de eigen omgeving, dicht bij huis, met behoud van autonomie. Maar hoe vernieuwend is VPT werkelijk? En wat gebeurt er als de belofte van “thuis” langzaam verwatert tot iets dat verdacht veel lijkt op het verpleeghuis dat we achter ons wilden laten?
Geclusterd VPT: thuis of toch een verpleeghuis?
Geclusterd VPT is iets fundamenteel anders dan langdurende zorg thuis. Bij geclusterd VPT wonen cliënten in een complex, vaak nieuwbouw, met gezamenlijke ruimtes en 24-uurs beschikbaarheid van zorg. Op papier is het VPT: de cliënt woont “thuis” en ontvangt een volledig pakket.
In de praktijk is geclusterd VPT vaak gewoon een verpleeghuis met een ander naambordje. De gangen, de gezamenlijke huiskamer, de zusterpost en het rooster zijn allemaal herkenbaar. De bewoners zijn dezelfde kwetsbare ouderen die anders in het verpleeghuis zouden wonen. Het verschil zit vooral in de financiering en de juridische constructie. De cliënt merkt er weinig van.
Het risico is dat geclusterd VPT een verpleeghuis met een nieuw jasje wordt: anders gefinancierd, maar voor de bewoner grotendeels hetzelfde.
De concurrentie die niemand verwachtte
Een van de meest onderschatte gevolgen van VPT-groei is de interne concurrentie die ontstaat binnen zorgorganisaties. VPT valt onder de Wet langdurige zorg (Wlz), maar de zorg die geleverd wordt (persoonlijke verzorging en verpleging) lijkt sterk op wat wijkverpleging biedt vanuit de Zorgverzekeringswet.
Je zou verwachten dat VPT vooral het verpleeghuis beconcurreert: beide vallen onder de Wlz, en met VPT blijven cliënten langer thuis wonen. De praktijk laat iets anders zien. De wrijving ontstaat met de wijk. Wijkteams zien hun cliëntenbestand krimpen terwijl VPT groeit, en verwijzen cliënten niet of te laat door. Dat is zonde, want voor cliënten met beginnend of gevorderd regieverlies biedt de Wlz meer mogelijkheden om thuis te blijven wonen dan de wijkverpleging. Hoe komt dat?
De verleiding van groei
VPT is voor veel zorgorganisaties het enige onderdeel dat groeit. De intramurale zorg staat onder druk, de thuiszorg krimpt, de dagbesteding is onzeker. Maar VPT heeft potentie. Er is vraag, er is geld, er zijn mogelijkheden om uit te breiden.
Die groeipotentie is verleidelijk. En die verleiding leidt tot een gevaarlijke dynamiek: organisaties beginnen de krimpende onderdelen op te vullen met de nieuwe VPT-zorg. Medewerkers van de wijkzorg worden ingezet bij het VPT. Locaties die leegstaan worden omgebouwd tot geclusterd VPT. De focus verschuift, vaak onbewust, van “wat is de beste zorg voor deze cliënt?” naar “hoe vullen we onze capaciteit?”
Daardoor wordt VPT een containerbegrip. Alles heet VPT, maar de kern ervan (écht thuis wonen met professionele ondersteuning) verwatert. De zorg wordt dan bepaald door wat de organisatie beschikbaar heeft.
Het Innovator’s Dilemma in de ouderenzorg
Clayton Christensen beschreef in zijn boek The Innovator’s Dilemma hoe succesvolle bedrijven falen doordat ze te lang vasthouden aan hun bestaande businessmodel. Ze verbeteren wat ze al doen, maar missen de disruptieve innovatie die de markt fundamenteel verandert.
VPT is zo’n disruptieve innovatie, of zou dat moeten zijn. Het is een fundamenteel andere manier van zorg verlenen: thuis, op maat en vanuit een netwerk.
Maar wat Christensen ook beschreef, in zijn vervolg The Innovator’s Solution, is dat disruptieve innovaties mislukken als ze worden ingepast in de bestaande organisatie. Als je VPT organiseert vanuit hetzelfde organisatieonderdeel, met dezelfde managers, dezelfde systemen en dezelfde cultuur als het verpleeghuis of de wijkzorg, dan wordt het onvermijdelijk een variant van het verpleeghuis of de wijkzorg.
De oplossing die Christensen voorstelt: geef de disruptieve innovatie een eigen plek, met een apart team, een eigen cultuur en eigen processen. Zo krijgt het de ruimte om écht anders te zijn.
Hoe het wel kan
Deze kenmerken maken VPT tot echte vernieuwing:
- De cliënt bepaalt het ritme. Het leven van de cliënt is leidend. Dat betekent flexibele inzet, aanpassing aan wisselende behoeften, en de bereidheid om los te laten wat niet nodig is.
- De woning is écht thuis. Het is de eigen woning van de cliënt, met eigen meubels, eigen gewoontes en eigen sleutels.
- Het netwerk doet mee. VPT thuis werkt alleen als je samenwerkt met mantelzorgers, buren, vrijwilligers en andere professionals. Het is geen soloactie van de zorgorganisatie.
- Technologie is een hulpmiddel. Domotica, beeldschermzorg en slimme sensoren maken het mogelijk om 24/7 ondersteuning te bieden zonder 24/7 fysiek aanwezig te zijn.
De lakmoesproef
Wil je weten of jouw VPT-aanbod echte vernieuwing is of meer een varken met lippenstift? Stel jezelf deze vragen:
- Zou een buitenstaander het verschil zien tussen onze VPT-locatie en een verpleeghuis?
- Bepaalt de cliënt werkelijk zijn eigen dagritme, of passen we het rooster een beetje aan en noemen we dat “vraaggericht”?
- Is ons VPT-aanbod fundamenteel anders georganiseerd dan onze intramurale zorg, of is het dezelfde zorg op een andere locatie?
- Hebben we VPT ontwikkeld vanuit de vraag “wat heeft de cliënt nodig?” of vanuit “hoe vullen we onze leegstand op?”
Als je op meer dan twee van deze vragen het “verkeerde” antwoord geeft, is het tijd om kritisch te kijken naar je concept en het terug te brengen naar waar het voor bedoeld is.
VPT kan een prachtige zorgvorm zijn, maar alleen als we het de ruimte geven om echt anders te zijn. En dat begint met de moed om het bestaande los te laten, inclusief de lippenstift.
Op de hoogte blijven?
Ontvang een e-mail bij elk nieuw artikel.
Je kunt je op elk moment uitschrijven via de link in de e-mail.
