Blog
De Schijf van 5 - model voor ouderenzorg

De Schijf van 5: simpel model, weerbarstige praktijk

De Schijf van 5 klinkt simpel. Vijf stappen, van eigen kracht naar professionele zorg. Eerst kijken wat iemand zelf kan, dan hulpmiddelen, dan mantelzorg, dan het sociale netwerk, en pas als laatste de zorgprofessional. Logisch toch?

In theorie wel. Maar als je ermee aan de slag gaat bij een zorgaanbieder, merk je al snel dat het in de praktijk een stuk weerbarstiger is. Wij werken als adviseurs regelmatig met organisaties die de Schijf van 5 willen implementeren. In deze blog delen we wat we tegenkomen.

Wat is de Schijf van 5?

De Schijf van 5 is een model dat helpt om anders naar zorg te kijken. In plaats van meteen professionele zorg in te zetten, doorloop je vijf lagen:

  1. Eigen kracht — Wat kan iemand zelf nog? Welke gewoontes, routines en talenten zijn er?
  2. Hulpmiddelen en technologie — Welke slimme oplossingen helpen om zelfstandig te blijven?
  3. Mantelzorgers en familie — Hoe kunnen naasten bijdragen, praktisch of emotioneel?
  4. Sociaal netwerk en buurt — Zijn er buren, vrijwilligers, buurtinitiatieven die een rol kunnen spelen?
  5. Professionele zorg — Pas als het niet anders kan, komt de zorgprofessional in beeld.

Het idee is helder: zorg die past, nooit meer dan nodig. Het sluit aan bij het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg en bij de ambities van Waardigheid en Trots. Maar de praktijk is weerbarstig.

Waar loop je tegenaan?

1. De cultuuromslag is groter dan je denkt

Zorgprofessionals zijn opgeleid om te zorgen. Om problemen op te lossen, over te nemen, te beschermen. De Schijf van 5 vraagt precies het tegenovergestelde: een stap terug doen. Niet meteen helpen, maar eerst vragen: wat kun je zelf? Dat voelt voor veel medewerkers onnatuurlijk, soms zelfs onzorgvuldig. “Ik laat mevrouw De Vries toch niet zelf worstelen met haar steunkousen?” Het vergt tijd, begeleiding en vooral veel oefenen om die reflex te doorbreken.

2. Teams zitten vast in patronen

In veel verpleeghuizen zijn de werkprocessen ingericht op volledige overname. De dagindeling, de roosters, de overdracht — alles is georganiseerd rond wat het team doet voor de bewoner. De Schijf van 5 vraagt een andere organisatie: meer tijd voor gesprekken, flexibelere dagindeling, ruimte om te observeren wat iemand zelf kan. Dat past niet zomaar in een strak rooster met krappe bezetting.

3. Mantelzorgers weten niet wat je van ze vraagt

Laag 3 van de schijf — mantelzorgers en familie — klinkt logisch. Maar in de praktijk is het ingewikkeld. Families hebben hun eigen dynamiek. Sommige mantelzorgers zijn al overbelast. Anderen voelen zich schuldig dat hun moeder in een verpleeghuis woont en willen juist dat “er goed voor haar gezorgd wordt”. Het gesprek over wat familie kan bijdragen is gevoelig en vraagt gespreksvaardigheid die niet iedereen in het team heeft.

4. Technologie is er wel, maar wordt niet gebruikt

Er zijn prachtige hulpmiddelen beschikbaar. Sensoren, beeldbellen, slimme medicijndispensers, GPS-trackers. Maar de aanschaf is niet het probleem — de implementatie wel. Medewerkers moeten ermee leren werken, bewoners moeten het vertrouwen, en families moeten het accepteren. Wij zien regelmatig dure technologie die na de pilotfase in een kast belandt.

5. Het sociale netwerk bestaat soms nauwelijks

De vierde laag — het sociale netwerk — is misschien wel de lastigste. Veel ouderen in verpleeghuizen hebben een klein of zelfs geen sociaal netwerk meer. Buren van vroeger zijn verhuisd of overleden. Vrienden komen niet meer. De buurt kent hen niet. Dan is “het netwerk inzetten” een lege belofte. Het opbouwen van zo’n netwerk kost veel tijd en vraagt om verbindingen die verder gaan dan de muren van het verpleeghuis.

6. Het management stuurt op productie, niet op uitkomsten

En dan is er nog de organisatiekant. Veel zorgaanbieders worden afgerekend op productie: hoeveel zorgminuten zijn er geleverd? De Schijf van 5 kan ertoe leiden dat er minder professionele zorg wordt ingezet. Dat is het doel — maar het kan ook betekenen dat er minder wordt gedeclareerd. Zolang de bekostiging nog grotendeels op volume is gebaseerd, creeer je een perverse prikkel.

Hoe dan wel?

Ondanks deze uitdagingen zien wij het bij organisaties wel degelijk werken. Wat helpt:

  • Begin klein. Start niet organisatiebreed, maar met een team dat gemotiveerd is. Laat hen experimenteren, fouten maken en successen vieren. Dat werkt aanstekelijker dan welk beleidsplan ook.
  • Investeer in gespreksvaardigheid. De Schijf van 5 begint met een goed gesprek. Met de bewoner, met de familie, met het team. Train je medewerkers daarin.
  • Maak het zichtbaar. Deel verhalen van bewoners bij wie het lukt. Mevrouw Jansen die weer zelf haar boterham smeert. Meneer Bakker die dankzij een tabletcursus weer contact heeft met zijn kleinkinderen. Verhalen doen meer dan cijfers.
  • Betrek het management. Als de bestuurder niet snapt waarom er minder zorgminuten worden geleverd, heb je een probleem. Zorg dat de top begrijpt wat de Schijf van 5 betekent voor de bedrijfsvoering.
  • Heb geduld. Een cultuuromslag duurt jaren, niet maanden. Wees realistisch in je verwachtingen en vier de kleine stappen.

Tot slot

De Schijf van 5 is geen rocket science. Het is een logisch model dat aansluit bij hoe we allemaal het liefst oud willen worden: zo zelfstandig mogelijk, met hulp waar nodig. Maar de implementatie raakt aan alles — cultuur, organisatie, bekostiging, technologie, menselijke relaties. Dat maakt het uitdagend. En precies daarom zo belangrijk om goed te doen.

Benieuwd hoe wij zorgorganisaties hierbij helpen? Neem contact op of bekijk ons aanbod.

X